HELP FILE


Bestanden overdragen tussen computers met behulp van Bestandsbeheer

Het overdragen van bestanden tussen computers is net zo gemakkelijk als het selecteren van bestanden en deze in de juiste map slepen. Ook kunt u de betreffende opties op de werkbalk Bestandsbeheer gebruiken.

Opmerking: Drag-and-drop werkt niet wanneer de host- of clientcomputer een Mac is. Gebruik in plaats daarvan de knoppen op de werkbalk.
Om toegang te krijgen tot Bestandsbeheer, klikt u op het pictogram Bestandsbeheer op de pagina Computers of in het linkermenu van Pro zodra u verbonden bent met de host.
Tip: Gebruik de vereenvoudigde werkbalk van Bestandsbeheer om alleen elementaire bestandsbewerkingen weer te geven. U kunt de weergave van de werkbalk op elk gewenst moment wijzigen in de hostvoorkeuren onder Voorkeuren > Algemeen > Uiterlijk door Vereenvoudigd bestandsbeheer gebruiken te selecteren.
Belangrijk: Directory symbolic links, directory junctions, en file symbolic links kunnen niet worden overgezet via Bestandsbeheer.
Optie Pictogram Snelkoppeling Beschrijving
Kopiëren Ctrl+C Kopieer het/de geselecteerd(e) bestand of map vanuit de bestaande locatie naar de nieuwe locatie. De/Het gekopieerd(e) bestand of map staat nu op beide locaties.
Verplaatsen Ctrl+X Knip een bestand of map uit de bestaande locatie en verplaats dit/deze naar de nieuwe locatie. De/Het verplaatste bestand of map staat nu alleen op de nieuwe locatie.
Synchroniseren Ctrl+S

Werk de huidige mappen op de client en de host bij, zodat de inhoud op beide hetzelfde is. Bestanden en mappen die op slechts één van de computers aanwezig zijn, worden gekopieerd. Als beide mappen één of meer bestanden bevatten die op de client en host verschillen, wordt de nieuwste versie – met de meest recente bewerkingsdatum – gekopieerd.

De mappen moeten zijn geopend, niet alleen zijn geselecteerd.

Repliceren Ctrl+R Bestanden en mappen die niet in de doelmap aanwezig zijn, worden gewoon gekopieerd. Bestanden die al in de doelmap aanwezig zijn, worden vanuit de bronmap overgedragen als er verschillen zijn. Als een doelmap een bestand of een map bevat die niet in de bronmap aanwezig is, wordt dit bestand of deze map uit de doelmap verwijderd.

Deze functie is handig wanneer u de bronmap hebt bijgewerkt en de wijzigingen ook wilt doorvoeren in de doelmap.