HELP FILE

Hoe configureer ik LastPass Universal Proxy met behulp van de opdrachtregelinterface (CLI)?

Nadat u LastPass Universal Proxy heeft geïnstalleerd, kunt u de instellingen configureren met behulp van de opdrachtregelinterface (CLI) voor het gebruik van LDAP, LDAPS of RADIUS-protocollen voor het doorsturen van verificatieverzoeken. Dit moet u doen als beheerder van een Windows-server in uw infrastructuur waarop de Universal Proxy is geïnstalleerd.

Voordat u begint: Raadpleeg Hoe configureer ik LastPass Universal Proxy? voor informatie over het downloaden en installeren van LastPass Universal Proxy.

Opmerking: Deze functie is beschikbaar met LastPass Business + add-on Advanced MFA. Meer informatie over abonnementen en prijzen.
Opmerking: Vereisten voor het configuratieproces:
  • Microsoft Windows-besturingssysteem
  • Windows PowerShell 3.0 of hoger

Opmerking: We adviseren het gebruik van de CLI-tool als u de Universal Proxy voor de eerste keer configureert, aangezien dit een eerste versie van het bestand server.properties genereert. Voor meer configuraties kunt u het gebruik maken van server.properties alsconfiguratiebestand.

  1. Open PowerShell en voer de volgende opdracht uit:

    uproxy -configurationTool

  2. Volg de instructies voor het configureren van een van de volgende protocollen wanneer het venster met de command line wordt opend:
  3. Nadat de configuratie is ingesteld wordt het bestand server.properties aangemaakt met de instellingen in de map C:\Program Files\LastPass\Universal Proxy\conf. Voor meer informatie over het gebruik van dit bestand voor configuratie raadpleegt u Hoe configureer ik LastPass Universal Proxy met het configuratiebestand server.properties zonder de CLI-tool te gebruiken?.

    Na elke configuratie met de CLI-tool wordt een nieuw server.properties bestand aangemaakt en de eerdere configuratie wordt opgeslagen in een servers.propertie_backup-timestamp bestand.