HELP FILE

Cisco ASA VPN-configuratie voor het LastPass Universal Proxy LDAP-protocol

Voordat u begint:

Stel uw lokale gebruikersprofiel in om het juiste toegangsniveau te hebben voor uw Cisco ASA-systeem:

  • Ga naar het menu Externe toegang VPN > AAA/Lokale gebruikers > Lokale gebruikers, kies Toegangsniveau en selecteer 15.
    Opmerking: U moet het machtingsniveau op 15 instellen om onbeperkte toegang tot uw ADSM/CLI-beheer te krijgen.

  • Maak een LDAP-servergroep per AAA:
    1. Open de Cisco AnyConnect-configuratiewizard.
    2. Ga in het navigatiegedeelte links naar Remote Access-VPN > AAA/lokale gebruikers > AAA-servergroepen om een AAA-servergroep toe te voegen aan uw verbindingsprofiel voor AnyConnect.
    3. Klik op Toevoegen onder AAA-servergroepen.

      Resultaat: Het dialoogvenster AAA-servergroep toevoegen wordt weergegeven.

    4. In het veld AAA-servergroep moet u een naam invoeren.
    5. Ga naar het veldProtocol en selecteer LDAP.
    6. Stel de volgende parameters in:

      Heractiveringsmodus
      Leegloop
      Inactieve tijd
      10 minuten
      Max mislukte pogingen
      3

    7. Klik op OK.

      Resultaat: Het dialoogvenster AAA-servergroep toevoegen wordt gesloten. De nieuwe servergroep wordt toegevoegd aan de tabel AAA-servergroepen.

    8. Klik op Toepassen.

      Een LDAP-server toevoegen aan een servergroep:

    9. Klik onder AAA-servergroepen op de servergroep waaraan u een server wilt toevoegen.
    10. Klik op Toevoegen onder Servers in de geselecteerde groep.

      Resultaat: Het dialoogvenster AAA-server toevoegen wordt weergegeven voor de servergroep.

    11. Stel de volgende parameters in:

      Interface Name
      Kies de interface-naam waarop de verificatieserver zich bevindt.
      Naam van server of IP-adres
      Voeg het IP-adres van de Universal Proxy toe.
      Time-out
      60
      Serverpoort
      389
      Servertype
      Microsoft
      Basis-DN

      Voeg de basis-DN toe in de volgende indeling: DC=voorbeeld, DC=com.

      Belangrijk: Deze waarde moet hetzelfde zijn als het basisdomein van de Active Directory.

      Doel
      All levels beneath the Base DN.
      Naamgevingskenmerk
      sAMAccountName
      Aanmelding DN

      Voeg de aanmelding-DN toe in de volgende indeling: CN=beheerder, CN=Gebruikers, DC=voorbeeld, DC=com.

      Belangrijk: Deze waarde moet gelijk zijn aan de waarde voor het veld distinguishedName in Active Directory.

      Wachtwoord voor aanmelding
      Voer het wachtwoord voor de aanmelding in. Dit is het wachtwoord voor de Login DN-gebruikersaccount.

    12. Klik op OK.

      Resultaat: Het dialoogvenster AAA-server toevoegen wordt gesloten en de AAA-server wordt aan de AAA-servergroep toegevoegd.

    13. Test de LDAP-serververificatie. Zie voor meer informatie Het testen van Cisco ASA VPN.